Inkomstenbelasting

Kwijtschelding rekening-courantschuld is verkapt dividend

Kwijtschelding rekening-courantschuld is verkapt dividend 800 533 AL Raad & Partners

Een man houdt alle aandelen in een holding die deelneemt in het familiebedrijf. De holding heeft een vordering op hem in rekening-courant. Deze vordering staat jarenlang op de balans en loopt gestaag op tot € 314.136 in 2016. Er vinden geen aflossingen of rentebetalingen plaats. De man geeft de schuld zelf aan in zijn aangiften inkomstenbelasting voor box 3. In 2015 treedt hij af als bestuurder. Een stichting neemt het bestuur over. In mei 2016 sluiten de man en de holding een vaststellingsovereenkomst waarin staat dat de rekening-courantschuld na onderzoek ‘ongegrond’ blijkt en wordt kwijtgescholden. Eind 2016 wordt de holding ontbonden.

Nooit bestaan?

De inspecteur merkt de kwijtschelding aan als regulier voordeel uit aanmerkelijk belang. De helft wordt bij de man belast, de andere helft bij zijn echtgenote. De man stelt dat de schuld nooit heeft bestaan. Zijn vader en broer deden de administratie van het familiebedrijf en de holding. Hij was daar zelf niet bij betrokken. De boekingen waren fout. Een accountant zou dat hebben vastgesteld in een rapport, maar de man kent de naam van die accountant niet en heeft het rapport nooit gezien.

Eigen verantwoordelijkheid

De rechtbank gaat niet mee in het verweer. De vordering stond jarenlang in de aangiften vennootschapsbelasting van de holding én in de eigen aangiften inkomstenbelasting van de man. Professionele adviseurs hebben die aangiften opgesteld zonder vraagtekens te plaatsen bij de vordering. De man heeft zelf de vaststellingsovereenkomst getekend waarin de schuld wordt kwijtgescholden. Als dga had hij een eigen verantwoordelijkheid voor de fiscale verplichtingen. Dat hij de administratie aan anderen overliet, komt voor zijn rekening en risico. De rechtbank acht bewezen dat de schuld heeft bestaan en dat de kwijtschelding een verkapte uitdeling is.

Bron:Rechtbank Den Haag| jurisprudentie| ECLI:NL:RBDHA:2025:22439| 12-11-2025

Managementvergoeding en stamrecht zijn niet uitwisselbaar

Managementvergoeding en stamrecht zijn niet uitwisselbaar 800 534 AL Raad & Partners

Een dga ontvangt al jaren een managementvergoeding van zijn holding voor zijn werk als directeur. Daarnaast heeft hij recht op stamrechtuitkeringen van zijn pensioen-bv. De uitkeringen hadden uiterlijk in 2017 moeten ingaan, toen hij de AOW-leeftijd bereikte. Dat gebeurt echter niet. De man blijft fulltime werken als directeur en ontvangt een managementvergoeding van zijn holding.

Stamrecht te laat ingegaan

De inspecteur constateert dat het stamrecht te laat is ingegaan. Normaal gesproken leidt dat tot belastingheffing over de volledige waarde van de aanspraak in één keer, plus 20% revisierente. De inspecteur biedt echter een alternatief: herstel de situatie door alsnog stamrechtuitkeringen aan te geven vanaf 2018. De dga kiest voor het alternatief, maar wil de managementvergoeding met terugwerkende kracht verlagen. Zijn redenering: als hij alsnog stamrechtuitkeringen moet aangeven, mag hij zijn managementvergoeding navenant verlagen. Per saldo blijft zijn inkomen dan gelijk.

Twee vennootschappen, twee titels

De inspecteur weigert. De managementvergoeding is de betaling voor zijn werk als directeur en komt van de holding. De stamrechtuitkering is de betaling uit zijn oude ontslagvergoeding en komt van de pensioen-bv. Dit zijn twee verschillende vennootschappen met twee verschillende redenen om te betalen. Je kunt de ene niet wegstrepen tegen de andere.

Ontvangen blijft ontvangen

Het hof bevestigt het oordeel van de rechtbank. De dga heeft de managementvergoeding ontvangen en de holding heeft loonheffingen ingehouden en afgedragen. Daarmee is het loon genoten. Dat is een feit waaraan je achteraf niet kunt morrelen. De dga stelt dat sprake is van een fout die hersteld moet worden. Het hof ziet dat anders. Er is geen fout, maar een gewijzigd standpunt. Het achteraf verlagen van de vergoeding zou hooguit leiden tot negatief loon in het jaar van terugbetaling. Het doet niets af aan het feit dat de dga het loon in 2018 en 2019 al heeft genoten.

Bron:Gerechtshof Den Haag| jurisprudentie| ECLI:NL:GHDHA:2026:134| 10-03-2026

Geen renteaftrek, ondanks snelle aflossing hypotheek

Geen renteaftrek, ondanks snelle aflossing hypotheek 800 533 AL Raad & Partners

Een man koopt in 2015, samen met zijn echtgenote, een woning. Zij sluiten hiervoor een hypotheek af bij een bank. Het betreft een annuïtaire lening met een looptijd van 30 jaar. In 2019 besluit de man een deel van de hypotheek af te lossen. Hij sluit hiervoor een nieuwe lening bij zijn eigen bv. Deze lening heeft een contractuele looptijd van 30 jaar. Aan het einde van dat jaar is de schuld bij de bank aanzienlijk verminderd. In 2020 zet hij het aflossen van de hypotheek door en sluit hij nog een lening af bij zijn bv. Ook deze lening heeft een looptijd van 30 jaar. Hierdoor daalt de schuld bij de bank verder. In januari 2022 lost hij de beide leningen bij zijn bv volledig af.

De inspecteur stelt vast dat de leningen bij de bv niet voldoen aan de voorwaarden van een eigenwoningschuld. Bij de leningen van de bv is geen rekening gehouden met de reeds verstreken looptijd van de oorspronkelijke lening. Daardoor overschrijden de looptijden de voor aftrek geldende wettelijke maximumtermijn van 360 maanden. Als gevolg hiervan mag de man de rente van beide leningen niet aftrekken. De man maakt bezwaar tegen de correcties. Hij wijst erop dat hij beide leningen in 2022, ruim vóór het verstrijken van de maximale termijn van 360 maanden, volledig heeft afgelost. Hij voert aan dat deze feitelijke aflossing ervoor zorgt dat de leningen niet daadwerkelijk de maximale looptijd overschrijden, wat volgens hem voldoende zou moeten zijn om ze als eigenwoningschuld te kwalificeren.

De rechter benadrukt dat de leningen, op basis van de afgesloten overeenkomsten, niet voldoen aan de aflossingseis en daarmee niet binnen het wettelijke kader passen. De contractuele verplichting is leidend bij de vraag of een lening als eigenwoningschuld kan worden aangemerkt. Het feit dat de man de leningen ruim binnen de 360 maanden volledig heeft afgelost, speelt geen rol in deze beoordeling. De wet kijkt alleen naar de contractueel afgesproken looptijd. Dat feitelijk eerder is afgelost, is hiervoor niet relevant.

Bron:Rechtbank Gelderland| jurisprudentie| ECLI:NL:RBGEL:2026:995| 10-02-2026

Forfaitaire rendementen banktegoeden en schulden 2025

Forfaitaire rendementen banktegoeden en schulden 2025 800 534 AL Raad & Partners

De staatssecretaris van Financiën heeft de forfaitaire rendementspercentages in box 3 voor banktegoeden en schulden voor het jaar 2025 vastgesteld. Voor banktegoeden bedraagt het forfaitaire rendement 1,37%. Voor schulden is het forfaitaire rendement vastgesteld op 2,70%. Deze rendementen vervangen met terugwerkende kracht tot 1 januari 2025 de in de wet opgenomen rendementen van 1,44% en 2,61%.

Bron:Ministerie van Financiën| besluit| stcrt-2026-3708| 23-02-2026

Stilzitten bij lening aan dga is nog geen prijsgeven

Stilzitten bij lening aan dga is nog geen prijsgeven 800 533 AL Raad & Partners

Een bv heeft een forse vordering op haar dga. De bv onderneemt geen actie om de vordering te innen, terwijl duidelijk is dat de dga deze niet kan aflossen. De inspecteur stelt dat dit stilzitten neerkomt op het prijsgeven van de vorderingen en dus een winstuitdeling vormt. De dga betwist dit. Zonder formele kwijtschelding is geen sprake van prijsgeven.

Lening van bv

Een dga leent in de loop der jaren forse bedragen van zijn bv voor de aankoop van een woning in Nederland, een woning in Spanje en effecten. Daarnaast loopt een rekening-courantschuld op. Eind 2014 bedraagt de totale schuld ruim € 2,3 miljoen. De winstreserves van de bv bedragen circa € 2 miljoen. Uit correspondentie met de Belastingdienst blijkt dat de dga de schulden niet kan aflossen. De waarde van de effecten is gedaald, de Nederlandse woning is verkocht zonder dat de opbrengst werd gebruikt voor aflossing en de dga emigreert in 2014 naar Spanje. De inspecteur legt navorderingsaanslagen op over 2012 en 2014.

Stilzitten

De inspecteur stelt dat de bv haar rechten als schuldeiser heeft prijsgegeven door geen actie te ondernemen, terwijl een onafhankelijke derde dat wel zou doen. Dit onzakelijke stilzitten vormt volgens de inspecteur een winstuitdeling. De dga bepleit een formeel-juridische benadering: pas bij kwijtschelding of liquidatie is sprake van prijsgeven. Het enkele stilzitten is daarvoor onvoldoende. De rechtbank vernietigt de navorderingsaanslagen. De inspecteur gaat in hoger beroep.

Prijsgeven

Volgens een arrest van de Hoge Raad van 13 januari 2023 kan een lening na verstrekking alsnog een onttrekking vormen als de bv haar rechten als schuldeiser prijsgeeft. Uit eerdere rechtspraak leidt het hof af dat het enkele stilzitten onvoldoende is voor prijsgeven. Pas wanneer de vordering in formeel-juridische zin tenietgaat, bijvoorbeeld door kwijtschelding of liquidatie, is sprake van prijsgeven. De bv heeft geen actieve handelingen verricht waaruit formeel prijsgeven blijkt. De totale schuld vormt daarom geen winstuitdeling. Wel oordeelt het hof dat de jaarlijkse toename van de rekening-courantschuld in 2012 en 2014 een winstuitdeling vormt. Op het moment van bijschrijving stond immers vast dat de dga die bedragen niet kon of zou aflossen.

Winstuitdeling

Het enkel niet innen van een vordering is nog geen prijsgeven. Daarvoor is een formele handeling nodig, zoals kwijtschelding. Nieuwe opnames in rekening-courant kunnen wel direct als uitdeling kwalificeren als op dat moment vaststaat dat de dga niet kan of zal aflossen. Dga’s met een oplopende schuld aan hun bv doen er verstandig aan de situatie tijdig te beoordelen.

Bron:Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch| jurisprudentie| ECLI:NL:GHSHE:2025:3620| 16-12-2025

Geen renteaftrek bij verlengde looptijd na oversluiten hypotheek

Geen renteaftrek bij verlengde looptijd na oversluiten hypotheek 800 533 AL Raad & Partners

Een man koopt in 2014 een woning en financiert deze met een hypothecaire lening. Deze lening heeft een looptijd tot 2045 en kwalificeert als een ‘eigenwoningschuld’. In 2021 sluit de man deze lening over naar een andere geldverstrekker. De nieuwe lening krijgt echter opnieuw een looptijd tot 2051. Wanneer de man zijn aangifte inkomstenbelasting indient, claimt hij aftrek van de rente en financieringskosten van deze nieuwe lening. De inspecteur accepteert deze aftrekposten niet, omdat de looptijd van de overgesloten lening te lang is.

Looptijd aangepast

De man stelt dat de overgesloten hypotheek alsnog met terugwerkende kracht als eigenwoningschuld moet gelden. Hij wijst erop dat de lening in 2024 is aangepast, waardoor een deel van de lening wel voldoet aan de oorspronkelijke einddatum van 2045. Deze aanpassing vond plaats voordat de aanslag voor 2021 onherroepelijk vaststond. Daarnaast bepleit de man een proportionele aftrek van de financieringskosten. Volgens hem kwalificeert de lening voor 26 van de 30 jaar wel als eigenwoningschuld, waardoor een deel van de kosten aftrekbaar zou moeten zijn.

Wettelijke vereisten

De rechtbank legt uit dat een schuld alleen een eigenwoningschuld is als deze tijdens de looptijd wordt afgelost en de looptijd maximaal 360 maanden bedraagt. Bij het oversluiten van een lening mag de looptijd van de nieuwe schuld niet langer zijn dan de resterende looptijd van de oorspronkelijke schuld. De rechtbank stelt vast dat de nieuwe lening in 2021 opnieuw een looptijd van 360 maanden kreeg, zonder rekening te houden met de reeds verstreken looptijd van de eerdere lening. De lening had maximaal tot 2045 mogen lopen om als eigenwoningschuld te kwalificeren.

Geen terugwerkende kracht of proportionele aftrek

De rechtbank volgt de man niet in zijn stelling dat de latere aanpassing van de lening in 2024 met terugwerkende kracht geldt voor 2021. De aflossingsverplichtingen moeten bij het aangaan van de schuld zijn overeengekomen in de leningovereenkomst. Hoewel de looptijd later is aangepast, ging deze wijziging pas in september 2024 in. Voor het jaar 2021 voldeed de lening niet aan de wettelijke voorwaarden en dit kan niet met terugwerkende kracht worden hersteld. Ook het argument voor een proportionele aftrek van financieringskosten wordt afgewezen. De wet voorziet niet in een dergelijke verdeling van aftrekbaarheid.

Bron:Rechtbank Midden-Nederland| jurisprudentie| ECLI:NL:RBNNE:2026:30| 07-01-2026

Geen giftenaftrek zonder Nederlandse anbi-registratie

Geen giftenaftrek zonder Nederlandse anbi-registratie 800 450 AL Raad & Partners

Een man doet giften aan instellingen in Duitsland en Zwitserland. Deze instellingen zijn in hun eigen land erkend als algemeen nut beogend, maar hebben geen Nederlandse anbi-status aangevraagd. De inspecteur weigert daarom de giftenaftrek. De man stelt dat de registratievoorwaarde in strijd is met het vrije kapitaalverkeer. Van buitenlandse instellingen kan volgens hem niet worden verlangd dat zij in Nederland een anbi-status aanvragen.

Registratievoorwaarde

De man beroept zich op het arrest Persche van het Hof van Justitie. Hij stelt dat de buitenlandse instellingen ook voldoen aan de Nederlandse materiële voorwaarden voor een anbi-status. Vanwege de bewerkelijkheid van het registratietraject kan van buitenlandse instellingen niet in redelijkheid worden verlangd dat zij in Nederland een aanvraag indienen. De registratievoorwaarde vormt daarom een belemmering van het vrije kapitaalverkeer.

Geen onderscheid

Het gerechtshof verwerpt dit betoog. De wet maakt geen onderscheid naar vestigingsplaats en de procedure is niet onredelijk bezwarend. De Hoge Raad oordeelt dat de registratievoorwaarde juridisch geen onderscheid maakt naar vestigingsplaats. Zowel in Nederland als in andere lidstaten gevestigde instellingen kunnen verzoeken om als anbi te worden aangemerkt. Ook van een indirect onderscheid is geen sprake. De voorwaarde treft naar haar aard buitenlandse instellingen niet meer dan binnenlandse instellingen. Dat de aanvraagprocedure bewerkelijk is, geldt evenzeer voor Nederlandse instellingen. Van de gestelde voorwaarden kan niet worden gezegd dat buitenlandse instellingen daarvan in feite worden uitgesloten doordat het voor hen onmogelijk of uiterst moeilijk zou zijn eraan te voldoen. De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor het stellen van prejudiciële vragen.

Bron:Hoge Raad| jurisprudentie| ECLI:NL:HR:2026:136| 29-01-2026

Schadevergoeding van bv op privérekening is afkoop pensioen

Schadevergoeding van bv op privérekening is afkoop pensioen 800 534 AL Raad & Partners

Een bv ontvangt een schadevergoeding van bijna € 700.000 na een civiele procedure. Het bedrag wordt gestort op de privérekening van de dga. De inspecteur merkt een deel van de onttrekking aan als afkoop van pensioen in eigen beheer. De dga stelt dat de schadevergoeding helemaal niet aan de bv toekomt. Bovendien betwist hij dat de aanslag tijdig is opgelegd. Houdt de aanslag stand?

Schadevergoeding

Een dga houdt alle aandelen in een bv die een pensioenverplichting jegens hem heeft. De fiscale balanswaarde van deze verplichting bedraagt € 229.238. De bv lijdt schade door bouwwerkzaamheden van een bouwbedrijf. Na een civiele procedure en het faillissement van het bouwbedrijf sluiten partijen een vaststellingsovereenkomst. De bv ontvangt een schadevergoeding van € 692.062. Dit bedrag wordt echter gestort op een bankrekening ten name van de dga zelf. De inspecteur merkt een deel van de onttrekking aan als afkoop van pensioenaanspraken. De dga betwist dat de schadevergoeding tot het vermogen van de bv behoort.

Aanslagtermijn 

Daarnaast stelt de dga dat de aanslag te laat is opgelegd. De inspecteur heeft namelijk een informatiebeschikking gegeven, waardoor de aanslagtermijn is verlengd. Volgens de dga levert dit misbruik van bevoegdheid op. Het hof oordeelt dat de aanslag tijdig is opgelegd. De normale aanslagtermijn van drie jaar is verlengd met de duur van het verleende uitstel én met de periode tussen de informatiebeschikking en het onherroepelijk worden daarvan. Van misbruik van bevoegdheid is geen sprake, omdat het hof in een eerdere procedure al heeft geoordeeld dat de informatiebeschikking terecht is gegeven.

Afkoop van pensioen 

Ten aanzien van de schadevergoeding staat inmiddels tot aan de Hoge Raad vast dat deze een belastbare bate is voor de bv. Nu het bedrag op de privérekening van de dga is gestort en hij niet voornemens is dit terug te betalen, heeft hij het vermogen aan de bv onttrokken. Het hof oordeelt dat de dga een deel van dit bedrag heeft onttrokken als afkoop van pensioen in eigen beheer. De afkoopwaarde is terecht als loon uit vroegere dienstbetrekking belast. Het maakt hierbij niet uit of de dga de onttrekking zelf zo heeft bedoeld. Beslissend is dat de dga een bedrag aan de bv onttrekt, terwijl de bv een pensioenverplichting jegens hem heeft. 

Dga’s met een pensioen in eigen beheer moeten er rekening mee houden dat geldstromen van de bv naar privé fiscaal kunnen worden gekwalificeerd als afkoop, met alle gevolgen van dien.

Bron:Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch| jurisprudentie| ECLI:NL:GHSHE:2025:3545| 09-12-2025

Verhoogd eigenwoningforfait van 2,35 % niet in strijd met EVRM

Verhoogd eigenwoningforfait van 2,35 % niet in strijd met EVRM 800 526 AL Raad & Partners

Wie een eigen woning heeft, moet inkomstenbelasting betalen over het zogenaamde eigenwoningforfait. Dit forfait bedraagt 0,35% van de WOZ-waarde van de woning, voor zover deze ligt tussen € 75.000 en de zogenoemde villagrens (€ 1.350.000 in 2026). Is de WOZ-waarde hoger dan de villagrens, dan geldt voor het meerdere een forfait van 2,35%. De verhoging van het forfait (2,35% i.p.v. 0,35%) leidt tot hogere belasting, die wordt aangeduid met de term ‘villatax’. De vraag die de rechter moet beantwoorden, is of deze belasting een ongeoorloofde inbreuk op het eigendomsrecht maakt.

Twee fiscale partners bezitten een woning met een WOZ-waarde van bijna € 1,7 miljoen. Zij stellen dat dit verhoogde forfait in strijd is met het eigendomsrecht en het discriminatieverbod uit het EVRM. De regeling heft immers over inkomen dat niet daadwerkelijk wordt genoten. Bovendien miskent zij het afnemende grensnut bij duurdere woningen. Zij verwijzen naar het Kerstarrest en de arresten over box 3 en betogen dat de redelijke verhouding tussen doel en middel zoek is. Volgt de rechtbank dit betoog?

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank oordeelt dat het verhoogde eigenwoningforfait niet in strijd is met het EVRM. Het heffen van belasting is weliswaar een inmenging in het eigendomsrecht, maar deze is gerechtvaardigd als zij een legitiem doel dient en een fair balance respecteert. De wetgever heeft bewust gekozen voor een hoger percentage bij duurdere woningen. De gedachte is dat bij woningen boven een bepaalde waarde het beleggingsaspect een verhoudingsgewijs grotere rol speelt dan het bestedingsaspect. De wetgever heeft daarmee een verschil gemaakt tussen eigenaren met een woning onder of boven het grensbedrag. Deze keuze valt binnen de ruime beoordelingsmarge die de wetgever toekomt. De rechtbank acht daarbij van belang dat het tarief van 2,35% alleen geldt voor het deel van de waarde boven de villagrens. Dat de wetgever ook budgettaire overwegingen heeft meegewogen, maakt dit niet anders. Ook de omstandigheid dat wordt geheven over niet-gerealiseerd inkomen leidt niet tot strijdigheid met het EVRM.

Bron:Rechtbank Den Haag| jurisprudentie| ECLI:NL:RBDHA:2026:523 en ECLI:NL:RBDHA:2026:569| 04-01-2026

Zonder klanten geen ondernemer

Zonder klanten geen ondernemer 800 449 AL Raad & Partners

Een tandarts ontwikkelt een methode om mensen met tandartsangst te behandelen met paarden. Na zes jaar en € 278.000 euro verlies weigert de Belastingdienst verdere aftrek. Het hof bevestigt dat er zonder concrete acquisitieplannen en klanten geen sprake is van een onderneming. De droom blijft een hobby.

Van tandartspraktijk naar paardenmethode

Tot 2017 runt de tandarts een succesvolle praktijk. Ze ontwikkelt een innovatieve methode waarbij paarden worden ingezet bij de behandeling van tandartsangst. In 2015 start ze hiervoor een aparte eenmanszaak. Na verkoop van de tandartspraktijk in 2017 richt ze zich volledig op de paardenmethode. De cijfers zijn dramatisch. Van 2017 tot 2022 draait de onderneming alleen maar verlies. De omzet is miniem: € 589 in 2020, het jaar waarover deze zaak gaat. De tandarts houdt acht paarden, vier pony’s, vijf ezels en diverse honden, maar behandelt nauwelijks cliënten.

Belastingdienst trekt de stekker eruit

In maart 2023 schrijft de inspecteur dat hij de activiteiten vanaf 2020 niet meer als bron van inkomen accepteert. De omzet is minimaal, terwijl de kosten torenhoog zijn. Een redelijke winstverwachting ontbreekt. Het verlies over 2020 mag niet worden afgetrokken. De tandarts protesteert. Ze wijst op haar bedrijfsplan, de mogelijkheden voor behandelsessies, opleidingen en licenties. De coronapandemie heeft roet in het eten gegooid. Bovendien volgt elke innovatie het S-curve-model: eerst verliezen, dan groeien.

Hof: potentieel zonder plan is onvoldoende

Het hof oordeelt dat de tandarts wel heeft uitgelegd wat het opbrengstpotentieel is, maar niet hoe ze dit gaat realiseren. Er zijn geen concrete acquisitieplannen aanwezig. Het merk is geregistreerd, maar dat alleen genereert geen omzet. Ook het in 2020 geschreven boek helpt niet. De tandarts onderbouwt niet hoe dit tot meer klanten leidt. De belangstelling uit de tandheelkundige wereld blijft vaag. Concrete samenwerkingen komen niet van de grond. Het verwachte scenario met licentie-inkomsten en opleidingen blijkt luchtfietserij.

Corona en S-curve redden het niet

Het coronaverweer faalt. Ook na de pandemie blijven de resultaten negatief. In 2023 bedraagt het verlies nog € 6.046. De S-curvetheorie (eerst verliezen bij innovatie, dan groei) overtuigt evenmin. Zonder concrete aanknopingspunten voor succes blijft het wishful thinking. Het houden van paarden en andere dieren maakt nog geen onderneming. Dit kan evengoed privé zijn.

Bron:Gerechtshof Den Haag| jurisprudentie| ECLI:NL:GHDHA:2025:2403| 28-10-2025
  1. Algemeen

In deze privacyvoorwaarden wordt verstaan onder:

  • Algemene voorwaarden: de Algemene voorwaarden van Verwerker, die onverkort van toepassing zijn op iedere afspraak tussen Verwerker en Verantwoordelijke en van welke Algemene voorwaarden deze privacyvoorwaarden onlosmakelijk deel uitmaken.
  • Verwerker: de Vennootschap onder firma A&L Finance h/o AL Raad & Partners, statutair gevestigd te en kantoorhoudende aan Multatulilaan 10 te Roosendaal en alle aan gelieerde entiteiten, waaronder maar niet uitsluitend, eveneens Opdrachtnemer.
  • Gegevens: de persoonsgegevens zoals omschreven in Annex 1.
  • Opdrachtgever: de natuurlijke persoon of rechtspersoon die aan Opdrachtnemer opdracht heeft gegeven tot het verrichten van Werkzaamheden, eveneens Verantwoordelijke.
  • Opdrachtnemer: de Vennootschap onder firma A&L Finance h/o AL Raad & Partners, statutair gevestigd te en kantoorhoudende aan Multatulilaan 10 4707 LZ te Roosendaal eveneens Verwerker.
  • Overeenkomst: elke afspraak tussen Opdrachtgever en Opdrachtnemer tot het verrichten van Werkzaamheden door Opdrachtnemer ten behoeve van de Opdrachtgever, conform het bepaalde in de opdrachtbevestiging.
  • Verantwoordelijke: de Opdrachtgever die als natuurlijk persoon of rechtspersoon aan de Opdrachtnemer, eveneens Verwerker, opdracht heeft gegeven tot het verrichten van Werkzaamheden.
  • Werkzaamheden: alle werkzaamheden waartoe opdracht is gegeven, of die door Opdrachtnemer uit anderen hoofde worden verricht. Het voorgaande geldt in de ruimste zin van het woord en omvat in ieder geval de werkzaamheden zoals vermeld in de opdrachtbevestiging.

 

  1. Toepasselijkheid privacyvoorwaarden
  • Deze privacyvoorwaarden zijn van toepassing op alle gegevens die in het kader van de uitvoering van de Overeenkomst met Opdrachtgever door Opdrachtnemer worden verzameld voor Opdrachtgever, alsmede op alle uit de Overeenkomst voor Opdrachtnemer voortvloeiende Werkzaamheden en de in dat kader te verzamelen gegevens.
  • Verantwoordelijke is verantwoordelijk voor de verwerking van de Gegevens zoals omschreven in Annex 1.
  • Bij de uitvoering van de Overeenkomst verwerkt Verwerker bepaalde persoonsgegevens voor Verantwoordelijke.
  • Dit is een verwerkersovereenkomst is de zin van artikel 28 lid 3 Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG), waarin de rechten en verplichtingen ten aanzien van de verwerking van de persoonsgegevens schriftelijk is geregeld, waaronder ten aanzien van de beveiliging. Deze verwerkersovereenkomst in ten opzichte van Verantwoordelijke bindend voor deze Verwerker.
  • Deze privacy-voorwaarden maken, net als de Algemene voorwaarden van Verwerker, onderdeel uit van de Overeenkomst en alle toekomstige overeenkomsten tussen partijen.

 

  1. Reikwijdte privacy-voorwaarden
  • Met het geven van de opdracht tot het verrichten van Werkzaamheden heeft Verantwoordelijke aan Verwerker de opdracht gegeven om de Gegevens te verwerken namens de Verantwoordelijke op de wijze zoals omschreven in Annex 1 in overeenstemming met de bepalingen van deze privacy-voorwaarden.
  • Verwerker verwerkt de Gegevens uitsluitend in overeenstemming met deze privacy-voorwaarden, met name met hetgeen is opgenomen in Annex 1. Verwerker bevestigt de Gegevens niet voor andere doeleinden te verwerken.
  • De zeggenschap over de Gegevens komt nooit bij Verwerker te rusten.
  • De Verantwoordelijke kan additionele, schriftelijke instructies aan Verwerker geven vanwege aanpassingen of wijzigingen in de van toepassing zijnde regelgeving op het gebied van bescherming van persoonsgegevens.
  • Verwerker verwerkt de Gegevens enkel in de Europese Economische Ruimte.

 

  1. Verplichting Verantwoordelijke
  • Verantwoordelijke treft de nodige maatregelen opdat persoonsgegevens, gelet op de doeleinden waarvoor zij worden verzameld of vervolgens worden verwerkt, juist en nauwkeurig zijn en als zodanig ook aan Verwerker worden verstrekt.

 

  1. Geheimhouding
  • Verwerker en de personen die in dienst zijn van Verwerker dan wel werkzaamheden voor hem verrichten, voor zover deze personen toegang hebben tot persoonsgegevens, verwerken de Gegevens slechts in opdracht van Verantwoordelijke, behoudens afwijkende wettelijke verplichtingen.
  • Verwerker en de personen die in dienst zijn van Verwerker dan wel werkzaamheden voor hem verrichten, voor zover deze personen toegang hebben tot persoonsgegevens, zijn verplicht tot geheimhouding van de persoonsgegevens waarvan zij kennis nemen, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hen tot mededeling verplicht of uit een taak de noodzaak tot mededeling voortvloeit.

 

  1. Geen verdere verstrekking
  • Verwerker zal de gegevens niet delen met of verstrekken aan derden, tenzij Verwerker daartoe voorafgaande, schriftelijke toestemming of opdracht heeft verkregen van Verantwoordelijke of op grond van dwingendrechtelijke regelgeving daartoe verplicht is. Indien Verwerker op grond van dwingendrechtelijke regelgeving verplicht is om de Gegevens te delen met of te verstrekken aan derden, dan zal Verwerker de Verantwoordelijke hierover schriftelijk informeren, tenzij dit niet is toegestaan onder de genoemde regelgeving.

 

  1. Beveiligingsmaatregelen
  • Verwerker zal – rekening houdend met de van toepassing zijnde regelgeving op het gebied van bescherming van Gegevens, de stand van de techniek en de kosten van tenuitvoerlegging – technische en organisatorische beveiligingsmaatregelen treffen om de Gegevens te beveiligen tegen verlies of tegen enige vorm van onrechtmatige verwerking. De beveiligingsmaatregelen die thans zijn genomen, zijn in Annex 2 bepaald.
  • Verwerker zorgt voor maatregelen die er mede op gericht zijn onnodige verzameling en verdere verwerking van persoonsgegevens te voorkomen.
  • De gegevens worden uitsluitend opgeslagen en verwerkt binnen de Europese Economische Ruimte.

 

  1. Toezicht op naleving
  • Verwerker zal verantwoordelijke op diens verzoek en voor diens rekening inlichtingen verschaffen over de Verwerking van de Gegevens door Verwerker of Sub-verwerkers. Verwerker zal de gevraagde inlichtingen zo snel mogelijk verstrekken, doch uiterlijk binnen vijf werkdagen.
  • Verantwoordelijke heeft eenmaal per jaar en voor eigen rekening het recht om een door Verantwoordelijke en Verwerker gezamenlijk aan te wijzen onafhankelijke derde een inspectie te laten uitvoeren om te verifiëren of Verwerker de verplichtingen onder de AVG en deze verwerkersovereenkomst nakomt. Verwerker zal daaraan alle redelijkerwijs noodzakelijke medewerking verlenen. Verwerker heeft het recht om haar kosten die gepaard gaan met de inspectie in rekening te brengen bij Verantwoordelijke.
  • Verwerker zal in het kader van haar verplichting onder lid 1 van dit artikel aan Verantwoordelijke dan wel een daartoe door Verantwoordelijke ingeschakelde derde in ieder geval:

 

  • Alle relevante inlichtingen en documenten verstrekken;
  • Toegang verlenen tot alle relevante gebouwen, informatiesystemen en gegevens.

 

  • Verantwoordelijke en Verwerker zullen zo spoedig mogelijk na het gereedkomen van het rapport met elkaar in overleg treden om de eventuele risico’s en tekortkomingen te adresseren. Verwerker zal op kosten van Verantwoordelijke maatregelen nemen om de geconstateerde risico’s en tekortkomingen op een voor Verantwoordelijke acceptabel niveau te brengen respectievelijk op te heffen, tenzij partijen schriftelijk anders overeen zijn gekomen.

 

  1. Datalek
  • Zo spoedig mogelijk nadat Verwerker kennis neemt van een incident of datalek dat (mede) betrekking heeft of kan hebben op de Gegevens, stelt Verwerker Verantwoordelijke hiervan op de hoogte via de bij Verwerker bekende contactgegevens van Verantwoordelijke en zal Verwerker informatie verstrekken over: de aard van het incident of de datalek, de getroffen Gegevens, de vastgestelde en verwachte gevolgen van het incident of datalek op de Gegevens en de maatregelen die Verwerker heeft getroffen en zal treffen.
  • Verwerker zal Verantwoordelijke ondersteunen bij meldingen aan betrokkenen en/of autoriteiten.

 

  1. Sub-verwerkers
  • Indien Verwerker op grond van de Overeenkomst zijn verplichtingen mag uitbesteden aan derden, legt Verwerker aan de betreffende derde deze privacy-voorwaarden op, dan wel sluit Verwerker met deze sub-verwerker een (sub)verwerkersovereenkomst betreffende de verantwoordelijkheden en verplichtingen van de sub-verwerker.

  

  1. Medewerkingsplichten en rechten van betrokkenen
  • Verwerker zal Verantwoordelijke op verzoek medewerking verlenen in geval van een klacht, vraag of verzoek van een betrokkene, dan wel onderzoek of inspecties door de Autoriteit Persoonsgegevens.
  • Verwerker zal Verantwoordelijke op dienst verzoek en voor diens rekening bijstaand bij het uitvoeren van een gegevensbescherming-effectbeoordeling.
  • Als Verwerker rechtstreeks van een betrokken een verzoek om inzage, correctie of verwijdering van zijn of haar Gegevens ontvangt, informeert Verwerk Verantwoordelijke binnen twee werkdagen over de ontvangst van het verzoek. Verwerker voert zo snel mogelijk alle instructies uit die Verantwoordelijke schriftelijk aan Verwerker geeft als gevolg van zodanig verzoek van betrokkene. Verwerker treft de noodzakelijke passende technische en organisatorische maatregelen die nodig zijn om te voldoen aan dergelijke instructies van Verantwoordelijke.
  • Indien instructies van Verantwoordelijke aan Verwerker strijd opleveren met enige wettelijke bepalingen omtrent gegevensbescherming, meldt Verwerker dit bij Verantwoordelijke.

 

  1.  Duur en beëindiging
  • Deze privacy-voorwaarden zijn geldig zolang Verwerker de opdracht heeft van Verantwoordelijke om Gegevens te verwerken op grond van de Overeenkomst tussen Verantwoordelijke en Verwerker. Zolang door Verwerker Werkzaamheden worden verricht ten behoeve van Verantwoordelijke zijn deze privacyvoorwaarden op deze relatie van toepassing.
  • Indien Verwerker op grond van een wettelijke bewaarplicht bepaalde gegevens en/of documenten, computerdisks of andere gegevensdragers waarop of waarin zich Gegevens bevinden gedurende een wettelijke termijn moet bewaren, dan zal Verwerker zorgdragen voor de vernietiging van deze gegevens of documenten, computerdisks of andere gegevensdragers binnen 4 weken na beëindiging van de wettelijke bewaarplicht.
  • Bij beëindiging van de Overeenkomst tussen Verantwoordelijke en Verwerker kan Verantwoordelijke aan Verwerker verzoeken om alle documenten, computerdisks en andere gegevensdragers, waarop of waarin zich gegevens bevinden, te retourneren aan Verantwoordelijke, voor rekening van Verantwoordelijke. In geval van retournering zal Verwerker de gegevens verstrekken in de vorm zoals bij Verwerker aanwezig.
  • Onverlet hetgeen voor het overige in dit artikel 12 is bepaald, zal Verwerker na beëindiging van de Overeenkomst geen Gegevens houden noch gebruiken.

 

  1. Nietigheid
  • Indien één of meerdere bepalingen uit deze privacyvoorwaarden nietig zijn of vernietigd worden, blijven de overige voorwaarden volledig van toepassing. Indien enige bepaling van deze privacyvoorwaarden niet rechtsgeldig is, zullen partijen over de inhoud van een nieuwe bepaling onderhandelen, welke bepaling de inhoud van de oorspronkelijke bepaling zo dicht mogelijk benaderd.

 

  1. Toepasselijk recht en forumkeuze
  • Op deze privacy-voorwaarden is Nederlands recht van toepassing.
  • Alle geschillen in verband met de privacyvoorwaarden of de uitvoering daarvan worden voorgelegd aan de bevoegde rechter bij de rechtbank Breda, behoudens voor zover dwingend rechtelijke competentieregels aan deze forumkeuze in de weg zouden staan.

 

ANNEX 1

GEGEVENS EN DOELEINDEN

 

PERSOONSGEGEVENS

 

De Verantwoordelijke laat de Verwerker de volgende persoonsgegevens door Verwerker verwerken in het kader van de opdracht, waaronder maar niet uitsluitend, kunnen vallen personeelsadministratie, loonadministratie, financiële verslaglegging:

 

  • Toegangs- of identificatiegegevens (bijvoorbeeld inlognaam / wachtwoord of klantnummer)
  • Naam (initialen, achternaam)
  • Telefoonnummer
  • E-mailadres
  • Geslacht, geboortedatum en/of leeftijd
  • Straat, huisnummer, postcode, woonplaats, land
  • Functie / beroep
  • Kenteken auto
  • Gegevens ID-bewijs (in verband met de Wwft)
  • Financiële gegevens, zowel zakelijk als privé
  • NAW-gegevens en BSN van personeelsleden van Verantwoordelijke

U bepaalt welke persoonsgegevens worden verwerkt en op welke wijze. U bent verantwoordelijk voor deze verwerking.

DOELEINDEN

 

De werkzaamheden waarvoor bovengenoemde Gegevens mogen worden verwerkt, uitsluitend indien noodzakelijk, zijn in ieder geval:

 

  • De werkzaamheden, te beschouwen als de primaire dienstverlening, in het kader waarvan Verantwoordelijke een opdracht heeft verstrekt aan Verwerker;
  • het onderhoud, waaronder updates en releases van het door Verwerker dan wel sub-verwerker aan Verantwoordelijke ter beschikking gestelde systeem;
  • het gegevens- en technische beheer, ook door een sub-verwerker;
  • de hosting, ook door een sub-verwerker.

 

 

CATEGORIEËN VAN BETROKKENEN

 

De persoonsgegevens die verwerkt worden hebben hoofdzakelijk betrekking op natuurlijke personen (betrokkenen) waaronder de medewerkers van Verantwoordelijke en natuurlijke personen die en relatie hebben met Verantwoordelijke (bijvoorbeeld klanten, toeleveranciers, leden, bezoekers, gasten, medewerkers, consumenten, burgers).

 

DERDEN

 

Wij schakelen onder andere deze derden (sub-verwerkers) in bij het uitvoeren van de onderliggende opdracht:

 

  • Onze systeembeheerder (Daemen-ICT)
  • Softwareleveranciers (zoals salarissoftwarepakket NMBRS en Loon van Loon salarissoftware B.V., rapportagesoftware UNIT4 Audition, financiële administratiestoftware Unit4 Accounting, Accountview en/of AFAS, aangiftesoftware AFAS Fiscaal insite alsmede scanprogramma’s Elvy en Basecone.

 

 

ANNEX 2

BEVEILIGINGSMAATREGELEN

 

 

BEVELIGINGSMAATREGELEN

 

De Verwerker heeft ter bescherming van de Persoonsgegevens tegen verlies of onrechtmatige Verwerking in ieder geval de volgende technische en organisatorische beveiligingsmaatregelen getroffen:

  • backup- en herstelprocedures;
  • beveiliging van netwerkverbindingen;
  • bevoegdheden zijn toegewezen aan een beperkt aantal personen die met de uitvoering van de verwerking zijn belast (inclusief een periodieke controle hierop);
  • geïmplementeerd beveiligingsbeleid (incl. periodieke controle en implementatie van

wijzigingen hierop);

  • geheimhoudingsverklaringen in arbeidscontracten;
  • indringeralarm;
  • logische toegangscontrole door middel van wachtwoorden en persoonlijke

toegangscodes;

  • logging en controle van toegang tot de persoonsgegevens;
  • sub-verwerkersovereenkomsten met derden;
  • veilige wijze voor het opslaan van gegevensbestanden.
We gebruiken cookies om ervoor te zorgen dat onze website zo soepel mogelijk draait. Als u doorgaat met het gebruiken van de website, gaan we er vanuit dat ermee instemt.