Inkomstenbelasting

Zwartspaarder wint slag, maar verliest oorlog

Zwartspaarder wint slag, maar verliest oorlog 800 533 AL Raad & Partners

Een man meldt zich bij de Belastingdienst met verzwegen Zwitserse bankrekeningen. Wat hij verzwijgt: hij heeft ook rekeningen in Luxemburg, op naam van plankvennootschappen. De inspecteur ontdekt dit alsnog en belast het vermogen in box 3. De rechtbank oordeelt echter dat sprake is van aanmerkelijk belang. Per saldo schiet de man daar niets mee op.

Nummerrekeningen en plankvennootschappen

Een man houdt jarenlang vermogen aan op buitenlandse bankrekeningen. Eerst in Zwitserland, later ook in Luxemburg. Als Luxemburg de nummerrekeningen afschaft, zet hij de rekeningen op naam van Britse plankvennootschappen. Dat zijn lege vennootschappen zonder activiteiten, die alleen dienden om de werkelijke eigenaar te verhullen. De man is enig aandeelhouder en bestuurder. Hij kan vrij over het geld beschikken. In 2014 sluit hij alle rekeningen en neemt hij bijna € 156.000 contant op. Als de Zwitserse bank hem waarschuwt dat zijn gegevens naar de Belastingdienst gaan, dient hij een inkeermelding in. Hij ‘vergeet’ echter de Luxemburgse rekeningen te melden.

Box 3 of box 2?

De inspecteur komt de Luxemburgse rekeningen op het spoor via transacties op de Zwitserse rekening. Hij belast het vermogen in box 3. De man maakt bezwaar, omdat hij niet meer over het geld zou beschikken. De rechtbank gelooft hem niet. Hij heeft geen bewijs van consumptie, terwijl hij jaarlijks duizenden euro’s contant op zijn Nederlandse rekening stort. Het bewijsvermoeden luidt daarom dat hij het geld nog steeds heeft.

Vervolgens doet de inspecteur iets opmerkelijks. Hij stelt dat hij het vermogen op de verkeerde plek heeft belast. De Luxemburgse rekeningen stonden op naam van vennootschappen waarvan de man enig aandeelhouder was. Dat betekent een aanmerkelijk belang. De bedragen die hij aan die vennootschappen onttrok, zijn belastbaar in box 2 en niet in box 3. De belasting in box 2 is hoger dan die in box 3. De inspecteur beroept zich op interne compensatie. De aanslag mag blijven staan, want onder de streep is die eerder te laag dan te hoog.

Inkeer mislukt

De man betoogt nog dat hij vrijwillig is ingekeerd en daarom geen boete verdient. De rechtbank verwerpt dit. Hij meldde zich pas nadat in de media bekend werd dat de Belastingdienst informatie bij Zwitserse banken opvroeg. Bovendien verzweeg hij bij de inkeermelding de Luxemburgse rekeningen. Dat is geen vrijwillige inkeer, maar damage control. De boetes blijven grotendeels in stand, zij het dat de rechtbank ze verlaagt voor zover ze op box 3 waren gebaseerd, terwijl box 2 van toepassing is.

Bron:Rechtbank Noord-Holland| jurisprudentie| ECLI:NL:RBNHO:2026:1736| 28-01-2026

Recht op alle voordelen uit aandelen is aanmerkelijk belang

Recht op alle voordelen uit aandelen is aanmerkelijk belang 800 533 AL Raad & Partners

Een man verstrekt via een fonds een lening waarmee aandelen worden gekocht. Alle opbrengsten uit die aandelen komen aan hem toe. Op een deel van de vordering rust een optie. De man meent dat hij daardoor geen aanmerkelijk belang meer heeft. Het hof oordeelt anders: wie recht heeft op alle voordelen uit aandelen, is aandeelhouder voor de aanmerkelijkbelangregeling.

Lening met een gouden randje

Een man verstrekt in 2011 samen met anderen een lening van € 550.000 aan een fonds. Zijn aandeel is € 150.000. Het fonds koopt met dat geld aandelen in een veelbelovend bedrijf. Tot zover niets bijzonders. Maar let op de kleine lettertjes: alle opbrengsten uit die aandelen – dividend, verkoopwinst, noem maar op – komen volledig aan de geldverstrekkers toe. De ‘rente’ op de lening is dus geen rente, maar pure winstdeling. Wordt het bedrijf verkocht, dan verdwijnt de lening en casht de man mee. Een lening met een gouden randje, zou je kunnen zeggen.

De truc met de optie

Tegelijk met de lening verleent de man een call-optie aan een andere partij op 20% van zijn vordering. Zijn redenering is dat hij door de call-optie niet het volledige economische belang heeft. In 2014 verkoopt het fonds de helft van de aandelen en wordt de optie uitgeoefend. Zijn resterende belang is 5,3%. Als je 20% daarvan aftrekt voor de optie, kom je uit op 4,24%. En dat is net onder de magische 5%-grens voor een aanmerkelijk belang. Geen box 2, maar box 3. Scheelt een slok op een borrel: 25% versus een fractie daarvan.

Verder dan de verpakking

In 2018 worden de resterende aandelen verkocht. De man ontvangt ruim € 900.000 en geeft dit keurig aan in box 3. De inspecteur denkt daar anders over en belast het bedrag in box 2. De rechtbank geeft de man nog gelijk, maar het hof draait het om. De redenering is helder. Tot het moment dat de optie wordt uitgeoefend, komen alle voordelen uit de aandelen aan de man toe. Dat staat zwart op wit in de leningsovereenkomst. En wie recht heeft op alle voordelen, heeft een zogeheten genotsrecht. De wet is daar duidelijk over. Een genotsgerechtigde wordt gelijkgesteld met een aandeelhouder. Zijn belang is dus 5,3%. Ruim boven de ab-grens.

Creatief, maar niet creatief genoeg

De constructie was creatief, maar niet creatief genoeg. De Belastingdienst kijkt niet naar het etiket, maar naar de inhoud. Een lening die ruikt naar aandelen, smaakt naar aandelen en rendeert als aandelen, wordt behandeld als aandelen. De man moet box 2-belasting betalen over ruim € 830.000. 

Bron:Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch| jurisprudentie| ECLI:NL:GHSHE:2026:142| 20-01-2026

Bestemmingswijziging levert belastbare winst op

Bestemmingswijziging levert belastbare winst op 800 509 AL Raad & Partners

Een man koopt een boerderij met agrarische bestemming. Hij regelt een bestemmingswijziging en splitst het perceel in tweeën. De ene helft verkoopt hij met winst, de andere houdt hij. De inspecteur belast de waardestijging als resultaat uit overige werkzaamheden. Het hof is het daarmee eens. Wie actief aan de slag gaat met bestemmingsplannen, doet meer dan normaal vermogensbeheer.

Van bijstandsuitkering naar vastgoedproject

Een man met een bijstandsuitkering ziet in 2017 een boerderij te koop staan die al jaren geen koper vindt. De boerderij heeft een agrarische bestemming, waardoor deze alleen geschikt is voor een boer met een bedrijf. De man ruikt een kans. Hij belt de gemeente en hoort dat de gemeente wil meewerken aan een bestemmingswijziging. Sterker nog, via de ruimte-voor-ruimteregeling mag hij de oude kassen slopen in ruil voor een extra bouwkavel. De man schakelt een juridisch planbureau in, laat onderzoeken uitvoeren en koopt de boerderij, onder de ontbindende voorwaarde dat de bestemmingswijziging slaagt, voor € 510.000.

Splitsen en verkopen

In juni 2018 is het zover. De gemeente keurt het nieuwe bestemmingsplan goed. De boerderij is nu gesplitst in twee percelen met elk een woonbestemming. De bouwkavel zet de man direct te koop voor € 550.000. Meer dan de aankoopprijs van het geheel. Er meldt zich geen koper voor de kavel, maar wel voor de boerderij zelf. Die verkoopt de man voor € 550.000. De kavel houdt hij voorlopig zelf, met plannen om er ooit te bouwen. Eén probleem: hij heeft geen geld. De levering wordt een ABC-transactie, waarbij de verkoopopbrengst van de boerderij rechtstreeks de aankoop financiert.

Geen normaal vermogensbeheer 

De inspecteur ziet het anders. De waardestijging is het directe gevolg van de werkzaamheden van de man. Dat is geen normaal vermogensbeheer, maar een belastbare werkzaamheid. Het hof is het daarmee eens. Wie een bestemmingswijziging initieert, onderzoeken laat uitvoeren en de voortgang coördineert, doet méér dan een passieve belegger. Dat de man het werk uitbesteedde, maakt niet uit. De werkzaamheden van derden worden aan hem toegerekend. Op het moment dat de man besluit de kavel te houden, staakt hij de werkzaamheid en moet hij afrekenen over de waardestijging.

Bron:Gerechtshof Den Haag| jurisprudentie| ECLI:NL:GHDHA:2026:210| 02-02-2026

Kwijtschelding rekening-courantschuld is verkapt dividend

Kwijtschelding rekening-courantschuld is verkapt dividend 800 533 AL Raad & Partners

Een man houdt alle aandelen in een holding die deelneemt in het familiebedrijf. De holding heeft een vordering op hem in rekening-courant. Deze vordering staat jarenlang op de balans en loopt gestaag op tot € 314.136 in 2016. Er vinden geen aflossingen of rentebetalingen plaats. De man geeft de schuld zelf aan in zijn aangiften inkomstenbelasting voor box 3. In 2015 treedt hij af als bestuurder. Een stichting neemt het bestuur over. In mei 2016 sluiten de man en de holding een vaststellingsovereenkomst waarin staat dat de rekening-courantschuld na onderzoek ‘ongegrond’ blijkt en wordt kwijtgescholden. Eind 2016 wordt de holding ontbonden.

Nooit bestaan?

De inspecteur merkt de kwijtschelding aan als regulier voordeel uit aanmerkelijk belang. De helft wordt bij de man belast, de andere helft bij zijn echtgenote. De man stelt dat de schuld nooit heeft bestaan. Zijn vader en broer deden de administratie van het familiebedrijf en de holding. Hij was daar zelf niet bij betrokken. De boekingen waren fout. Een accountant zou dat hebben vastgesteld in een rapport, maar de man kent de naam van die accountant niet en heeft het rapport nooit gezien.

Eigen verantwoordelijkheid

De rechtbank gaat niet mee in het verweer. De vordering stond jarenlang in de aangiften vennootschapsbelasting van de holding én in de eigen aangiften inkomstenbelasting van de man. Professionele adviseurs hebben die aangiften opgesteld zonder vraagtekens te plaatsen bij de vordering. De man heeft zelf de vaststellingsovereenkomst getekend waarin de schuld wordt kwijtgescholden. Als dga had hij een eigen verantwoordelijkheid voor de fiscale verplichtingen. Dat hij de administratie aan anderen overliet, komt voor zijn rekening en risico. De rechtbank acht bewezen dat de schuld heeft bestaan en dat de kwijtschelding een verkapte uitdeling is.

Bron:Rechtbank Den Haag| jurisprudentie| ECLI:NL:RBDHA:2025:22439| 12-11-2025

Managementvergoeding en stamrecht zijn niet uitwisselbaar

Managementvergoeding en stamrecht zijn niet uitwisselbaar 800 534 AL Raad & Partners

Een dga ontvangt al jaren een managementvergoeding van zijn holding voor zijn werk als directeur. Daarnaast heeft hij recht op stamrechtuitkeringen van zijn pensioen-bv. De uitkeringen hadden uiterlijk in 2017 moeten ingaan, toen hij de AOW-leeftijd bereikte. Dat gebeurt echter niet. De man blijft fulltime werken als directeur en ontvangt een managementvergoeding van zijn holding.

Stamrecht te laat ingegaan

De inspecteur constateert dat het stamrecht te laat is ingegaan. Normaal gesproken leidt dat tot belastingheffing over de volledige waarde van de aanspraak in één keer, plus 20% revisierente. De inspecteur biedt echter een alternatief: herstel de situatie door alsnog stamrechtuitkeringen aan te geven vanaf 2018. De dga kiest voor het alternatief, maar wil de managementvergoeding met terugwerkende kracht verlagen. Zijn redenering: als hij alsnog stamrechtuitkeringen moet aangeven, mag hij zijn managementvergoeding navenant verlagen. Per saldo blijft zijn inkomen dan gelijk.

Twee vennootschappen, twee titels

De inspecteur weigert. De managementvergoeding is de betaling voor zijn werk als directeur en komt van de holding. De stamrechtuitkering is de betaling uit zijn oude ontslagvergoeding en komt van de pensioen-bv. Dit zijn twee verschillende vennootschappen met twee verschillende redenen om te betalen. Je kunt de ene niet wegstrepen tegen de andere.

Ontvangen blijft ontvangen

Het hof bevestigt het oordeel van de rechtbank. De dga heeft de managementvergoeding ontvangen en de holding heeft loonheffingen ingehouden en afgedragen. Daarmee is het loon genoten. Dat is een feit waaraan je achteraf niet kunt morrelen. De dga stelt dat sprake is van een fout die hersteld moet worden. Het hof ziet dat anders. Er is geen fout, maar een gewijzigd standpunt. Het achteraf verlagen van de vergoeding zou hooguit leiden tot negatief loon in het jaar van terugbetaling. Het doet niets af aan het feit dat de dga het loon in 2018 en 2019 al heeft genoten.

Bron:Gerechtshof Den Haag| jurisprudentie| ECLI:NL:GHDHA:2026:134| 10-03-2026

Geen renteaftrek, ondanks snelle aflossing hypotheek

Geen renteaftrek, ondanks snelle aflossing hypotheek 800 533 AL Raad & Partners

Een man koopt in 2015, samen met zijn echtgenote, een woning. Zij sluiten hiervoor een hypotheek af bij een bank. Het betreft een annuïtaire lening met een looptijd van 30 jaar. In 2019 besluit de man een deel van de hypotheek af te lossen. Hij sluit hiervoor een nieuwe lening bij zijn eigen bv. Deze lening heeft een contractuele looptijd van 30 jaar. Aan het einde van dat jaar is de schuld bij de bank aanzienlijk verminderd. In 2020 zet hij het aflossen van de hypotheek door en sluit hij nog een lening af bij zijn bv. Ook deze lening heeft een looptijd van 30 jaar. Hierdoor daalt de schuld bij de bank verder. In januari 2022 lost hij de beide leningen bij zijn bv volledig af.

De inspecteur stelt vast dat de leningen bij de bv niet voldoen aan de voorwaarden van een eigenwoningschuld. Bij de leningen van de bv is geen rekening gehouden met de reeds verstreken looptijd van de oorspronkelijke lening. Daardoor overschrijden de looptijden de voor aftrek geldende wettelijke maximumtermijn van 360 maanden. Als gevolg hiervan mag de man de rente van beide leningen niet aftrekken. De man maakt bezwaar tegen de correcties. Hij wijst erop dat hij beide leningen in 2022, ruim vóór het verstrijken van de maximale termijn van 360 maanden, volledig heeft afgelost. Hij voert aan dat deze feitelijke aflossing ervoor zorgt dat de leningen niet daadwerkelijk de maximale looptijd overschrijden, wat volgens hem voldoende zou moeten zijn om ze als eigenwoningschuld te kwalificeren.

De rechter benadrukt dat de leningen, op basis van de afgesloten overeenkomsten, niet voldoen aan de aflossingseis en daarmee niet binnen het wettelijke kader passen. De contractuele verplichting is leidend bij de vraag of een lening als eigenwoningschuld kan worden aangemerkt. Het feit dat de man de leningen ruim binnen de 360 maanden volledig heeft afgelost, speelt geen rol in deze beoordeling. De wet kijkt alleen naar de contractueel afgesproken looptijd. Dat feitelijk eerder is afgelost, is hiervoor niet relevant.

Bron:Rechtbank Gelderland| jurisprudentie| ECLI:NL:RBGEL:2026:995| 10-02-2026

Forfaitaire rendementen banktegoeden en schulden 2025

Forfaitaire rendementen banktegoeden en schulden 2025 800 534 AL Raad & Partners

De staatssecretaris van Financiën heeft de forfaitaire rendementspercentages in box 3 voor banktegoeden en schulden voor het jaar 2025 vastgesteld. Voor banktegoeden bedraagt het forfaitaire rendement 1,37%. Voor schulden is het forfaitaire rendement vastgesteld op 2,70%. Deze rendementen vervangen met terugwerkende kracht tot 1 januari 2025 de in de wet opgenomen rendementen van 1,44% en 2,61%.

Bron:Ministerie van Financiën| besluit| stcrt-2026-3708| 23-02-2026

Stilzitten bij lening aan dga is nog geen prijsgeven

Stilzitten bij lening aan dga is nog geen prijsgeven 800 533 AL Raad & Partners

Een bv heeft een forse vordering op haar dga. De bv onderneemt geen actie om de vordering te innen, terwijl duidelijk is dat de dga deze niet kan aflossen. De inspecteur stelt dat dit stilzitten neerkomt op het prijsgeven van de vorderingen en dus een winstuitdeling vormt. De dga betwist dit. Zonder formele kwijtschelding is geen sprake van prijsgeven.

Lening van bv

Een dga leent in de loop der jaren forse bedragen van zijn bv voor de aankoop van een woning in Nederland, een woning in Spanje en effecten. Daarnaast loopt een rekening-courantschuld op. Eind 2014 bedraagt de totale schuld ruim € 2,3 miljoen. De winstreserves van de bv bedragen circa € 2 miljoen. Uit correspondentie met de Belastingdienst blijkt dat de dga de schulden niet kan aflossen. De waarde van de effecten is gedaald, de Nederlandse woning is verkocht zonder dat de opbrengst werd gebruikt voor aflossing en de dga emigreert in 2014 naar Spanje. De inspecteur legt navorderingsaanslagen op over 2012 en 2014.

Stilzitten

De inspecteur stelt dat de bv haar rechten als schuldeiser heeft prijsgegeven door geen actie te ondernemen, terwijl een onafhankelijke derde dat wel zou doen. Dit onzakelijke stilzitten vormt volgens de inspecteur een winstuitdeling. De dga bepleit een formeel-juridische benadering: pas bij kwijtschelding of liquidatie is sprake van prijsgeven. Het enkele stilzitten is daarvoor onvoldoende. De rechtbank vernietigt de navorderingsaanslagen. De inspecteur gaat in hoger beroep.

Prijsgeven

Volgens een arrest van de Hoge Raad van 13 januari 2023 kan een lening na verstrekking alsnog een onttrekking vormen als de bv haar rechten als schuldeiser prijsgeeft. Uit eerdere rechtspraak leidt het hof af dat het enkele stilzitten onvoldoende is voor prijsgeven. Pas wanneer de vordering in formeel-juridische zin tenietgaat, bijvoorbeeld door kwijtschelding of liquidatie, is sprake van prijsgeven. De bv heeft geen actieve handelingen verricht waaruit formeel prijsgeven blijkt. De totale schuld vormt daarom geen winstuitdeling. Wel oordeelt het hof dat de jaarlijkse toename van de rekening-courantschuld in 2012 en 2014 een winstuitdeling vormt. Op het moment van bijschrijving stond immers vast dat de dga die bedragen niet kon of zou aflossen.

Winstuitdeling

Het enkel niet innen van een vordering is nog geen prijsgeven. Daarvoor is een formele handeling nodig, zoals kwijtschelding. Nieuwe opnames in rekening-courant kunnen wel direct als uitdeling kwalificeren als op dat moment vaststaat dat de dga niet kan of zal aflossen. Dga’s met een oplopende schuld aan hun bv doen er verstandig aan de situatie tijdig te beoordelen.

Bron:Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch| jurisprudentie| ECLI:NL:GHSHE:2025:3620| 16-12-2025

Geen renteaftrek bij verlengde looptijd na oversluiten hypotheek

Geen renteaftrek bij verlengde looptijd na oversluiten hypotheek 800 533 AL Raad & Partners

Een man koopt in 2014 een woning en financiert deze met een hypothecaire lening. Deze lening heeft een looptijd tot 2045 en kwalificeert als een ‘eigenwoningschuld’. In 2021 sluit de man deze lening over naar een andere geldverstrekker. De nieuwe lening krijgt echter opnieuw een looptijd tot 2051. Wanneer de man zijn aangifte inkomstenbelasting indient, claimt hij aftrek van de rente en financieringskosten van deze nieuwe lening. De inspecteur accepteert deze aftrekposten niet, omdat de looptijd van de overgesloten lening te lang is.

Looptijd aangepast

De man stelt dat de overgesloten hypotheek alsnog met terugwerkende kracht als eigenwoningschuld moet gelden. Hij wijst erop dat de lening in 2024 is aangepast, waardoor een deel van de lening wel voldoet aan de oorspronkelijke einddatum van 2045. Deze aanpassing vond plaats voordat de aanslag voor 2021 onherroepelijk vaststond. Daarnaast bepleit de man een proportionele aftrek van de financieringskosten. Volgens hem kwalificeert de lening voor 26 van de 30 jaar wel als eigenwoningschuld, waardoor een deel van de kosten aftrekbaar zou moeten zijn.

Wettelijke vereisten

De rechtbank legt uit dat een schuld alleen een eigenwoningschuld is als deze tijdens de looptijd wordt afgelost en de looptijd maximaal 360 maanden bedraagt. Bij het oversluiten van een lening mag de looptijd van de nieuwe schuld niet langer zijn dan de resterende looptijd van de oorspronkelijke schuld. De rechtbank stelt vast dat de nieuwe lening in 2021 opnieuw een looptijd van 360 maanden kreeg, zonder rekening te houden met de reeds verstreken looptijd van de eerdere lening. De lening had maximaal tot 2045 mogen lopen om als eigenwoningschuld te kwalificeren.

Geen terugwerkende kracht of proportionele aftrek

De rechtbank volgt de man niet in zijn stelling dat de latere aanpassing van de lening in 2024 met terugwerkende kracht geldt voor 2021. De aflossingsverplichtingen moeten bij het aangaan van de schuld zijn overeengekomen in de leningovereenkomst. Hoewel de looptijd later is aangepast, ging deze wijziging pas in september 2024 in. Voor het jaar 2021 voldeed de lening niet aan de wettelijke voorwaarden en dit kan niet met terugwerkende kracht worden hersteld. Ook het argument voor een proportionele aftrek van financieringskosten wordt afgewezen. De wet voorziet niet in een dergelijke verdeling van aftrekbaarheid.

Bron:Rechtbank Midden-Nederland| jurisprudentie| ECLI:NL:RBNNE:2026:30| 07-01-2026

Geen giftenaftrek zonder Nederlandse anbi-registratie

Geen giftenaftrek zonder Nederlandse anbi-registratie 800 450 AL Raad & Partners

Een man doet giften aan instellingen in Duitsland en Zwitserland. Deze instellingen zijn in hun eigen land erkend als algemeen nut beogend, maar hebben geen Nederlandse anbi-status aangevraagd. De inspecteur weigert daarom de giftenaftrek. De man stelt dat de registratievoorwaarde in strijd is met het vrije kapitaalverkeer. Van buitenlandse instellingen kan volgens hem niet worden verlangd dat zij in Nederland een anbi-status aanvragen.

Registratievoorwaarde

De man beroept zich op het arrest Persche van het Hof van Justitie. Hij stelt dat de buitenlandse instellingen ook voldoen aan de Nederlandse materiële voorwaarden voor een anbi-status. Vanwege de bewerkelijkheid van het registratietraject kan van buitenlandse instellingen niet in redelijkheid worden verlangd dat zij in Nederland een aanvraag indienen. De registratievoorwaarde vormt daarom een belemmering van het vrije kapitaalverkeer.

Geen onderscheid

Het gerechtshof verwerpt dit betoog. De wet maakt geen onderscheid naar vestigingsplaats en de procedure is niet onredelijk bezwarend. De Hoge Raad oordeelt dat de registratievoorwaarde juridisch geen onderscheid maakt naar vestigingsplaats. Zowel in Nederland als in andere lidstaten gevestigde instellingen kunnen verzoeken om als anbi te worden aangemerkt. Ook van een indirect onderscheid is geen sprake. De voorwaarde treft naar haar aard buitenlandse instellingen niet meer dan binnenlandse instellingen. Dat de aanvraagprocedure bewerkelijk is, geldt evenzeer voor Nederlandse instellingen. Van de gestelde voorwaarden kan niet worden gezegd dat buitenlandse instellingen daarvan in feite worden uitgesloten doordat het voor hen onmogelijk of uiterst moeilijk zou zijn eraan te voldoen. De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor het stellen van prejudiciële vragen.

Bron:Hoge Raad| jurisprudentie| ECLI:NL:HR:2026:136| 29-01-2026
  1. Algemeen

In deze privacyvoorwaarden wordt verstaan onder:

  • Algemene voorwaarden: de Algemene voorwaarden van Verwerker, die onverkort van toepassing zijn op iedere afspraak tussen Verwerker en Verantwoordelijke en van welke Algemene voorwaarden deze privacyvoorwaarden onlosmakelijk deel uitmaken.
  • Verwerker: de Vennootschap onder firma A&L Finance h/o AL Raad & Partners, statutair gevestigd te en kantoorhoudende aan Multatulilaan 10 te Roosendaal en alle aan gelieerde entiteiten, waaronder maar niet uitsluitend, eveneens Opdrachtnemer.
  • Gegevens: de persoonsgegevens zoals omschreven in Annex 1.
  • Opdrachtgever: de natuurlijke persoon of rechtspersoon die aan Opdrachtnemer opdracht heeft gegeven tot het verrichten van Werkzaamheden, eveneens Verantwoordelijke.
  • Opdrachtnemer: de Vennootschap onder firma A&L Finance h/o AL Raad & Partners, statutair gevestigd te en kantoorhoudende aan Multatulilaan 10 4707 LZ te Roosendaal eveneens Verwerker.
  • Overeenkomst: elke afspraak tussen Opdrachtgever en Opdrachtnemer tot het verrichten van Werkzaamheden door Opdrachtnemer ten behoeve van de Opdrachtgever, conform het bepaalde in de opdrachtbevestiging.
  • Verantwoordelijke: de Opdrachtgever die als natuurlijk persoon of rechtspersoon aan de Opdrachtnemer, eveneens Verwerker, opdracht heeft gegeven tot het verrichten van Werkzaamheden.
  • Werkzaamheden: alle werkzaamheden waartoe opdracht is gegeven, of die door Opdrachtnemer uit anderen hoofde worden verricht. Het voorgaande geldt in de ruimste zin van het woord en omvat in ieder geval de werkzaamheden zoals vermeld in de opdrachtbevestiging.

 

  1. Toepasselijkheid privacyvoorwaarden
  • Deze privacyvoorwaarden zijn van toepassing op alle gegevens die in het kader van de uitvoering van de Overeenkomst met Opdrachtgever door Opdrachtnemer worden verzameld voor Opdrachtgever, alsmede op alle uit de Overeenkomst voor Opdrachtnemer voortvloeiende Werkzaamheden en de in dat kader te verzamelen gegevens.
  • Verantwoordelijke is verantwoordelijk voor de verwerking van de Gegevens zoals omschreven in Annex 1.
  • Bij de uitvoering van de Overeenkomst verwerkt Verwerker bepaalde persoonsgegevens voor Verantwoordelijke.
  • Dit is een verwerkersovereenkomst is de zin van artikel 28 lid 3 Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG), waarin de rechten en verplichtingen ten aanzien van de verwerking van de persoonsgegevens schriftelijk is geregeld, waaronder ten aanzien van de beveiliging. Deze verwerkersovereenkomst in ten opzichte van Verantwoordelijke bindend voor deze Verwerker.
  • Deze privacy-voorwaarden maken, net als de Algemene voorwaarden van Verwerker, onderdeel uit van de Overeenkomst en alle toekomstige overeenkomsten tussen partijen.

 

  1. Reikwijdte privacy-voorwaarden
  • Met het geven van de opdracht tot het verrichten van Werkzaamheden heeft Verantwoordelijke aan Verwerker de opdracht gegeven om de Gegevens te verwerken namens de Verantwoordelijke op de wijze zoals omschreven in Annex 1 in overeenstemming met de bepalingen van deze privacy-voorwaarden.
  • Verwerker verwerkt de Gegevens uitsluitend in overeenstemming met deze privacy-voorwaarden, met name met hetgeen is opgenomen in Annex 1. Verwerker bevestigt de Gegevens niet voor andere doeleinden te verwerken.
  • De zeggenschap over de Gegevens komt nooit bij Verwerker te rusten.
  • De Verantwoordelijke kan additionele, schriftelijke instructies aan Verwerker geven vanwege aanpassingen of wijzigingen in de van toepassing zijnde regelgeving op het gebied van bescherming van persoonsgegevens.
  • Verwerker verwerkt de Gegevens enkel in de Europese Economische Ruimte.

 

  1. Verplichting Verantwoordelijke
  • Verantwoordelijke treft de nodige maatregelen opdat persoonsgegevens, gelet op de doeleinden waarvoor zij worden verzameld of vervolgens worden verwerkt, juist en nauwkeurig zijn en als zodanig ook aan Verwerker worden verstrekt.

 

  1. Geheimhouding
  • Verwerker en de personen die in dienst zijn van Verwerker dan wel werkzaamheden voor hem verrichten, voor zover deze personen toegang hebben tot persoonsgegevens, verwerken de Gegevens slechts in opdracht van Verantwoordelijke, behoudens afwijkende wettelijke verplichtingen.
  • Verwerker en de personen die in dienst zijn van Verwerker dan wel werkzaamheden voor hem verrichten, voor zover deze personen toegang hebben tot persoonsgegevens, zijn verplicht tot geheimhouding van de persoonsgegevens waarvan zij kennis nemen, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hen tot mededeling verplicht of uit een taak de noodzaak tot mededeling voortvloeit.

 

  1. Geen verdere verstrekking
  • Verwerker zal de gegevens niet delen met of verstrekken aan derden, tenzij Verwerker daartoe voorafgaande, schriftelijke toestemming of opdracht heeft verkregen van Verantwoordelijke of op grond van dwingendrechtelijke regelgeving daartoe verplicht is. Indien Verwerker op grond van dwingendrechtelijke regelgeving verplicht is om de Gegevens te delen met of te verstrekken aan derden, dan zal Verwerker de Verantwoordelijke hierover schriftelijk informeren, tenzij dit niet is toegestaan onder de genoemde regelgeving.

 

  1. Beveiligingsmaatregelen
  • Verwerker zal – rekening houdend met de van toepassing zijnde regelgeving op het gebied van bescherming van Gegevens, de stand van de techniek en de kosten van tenuitvoerlegging – technische en organisatorische beveiligingsmaatregelen treffen om de Gegevens te beveiligen tegen verlies of tegen enige vorm van onrechtmatige verwerking. De beveiligingsmaatregelen die thans zijn genomen, zijn in Annex 2 bepaald.
  • Verwerker zorgt voor maatregelen die er mede op gericht zijn onnodige verzameling en verdere verwerking van persoonsgegevens te voorkomen.
  • De gegevens worden uitsluitend opgeslagen en verwerkt binnen de Europese Economische Ruimte.

 

  1. Toezicht op naleving
  • Verwerker zal verantwoordelijke op diens verzoek en voor diens rekening inlichtingen verschaffen over de Verwerking van de Gegevens door Verwerker of Sub-verwerkers. Verwerker zal de gevraagde inlichtingen zo snel mogelijk verstrekken, doch uiterlijk binnen vijf werkdagen.
  • Verantwoordelijke heeft eenmaal per jaar en voor eigen rekening het recht om een door Verantwoordelijke en Verwerker gezamenlijk aan te wijzen onafhankelijke derde een inspectie te laten uitvoeren om te verifiëren of Verwerker de verplichtingen onder de AVG en deze verwerkersovereenkomst nakomt. Verwerker zal daaraan alle redelijkerwijs noodzakelijke medewerking verlenen. Verwerker heeft het recht om haar kosten die gepaard gaan met de inspectie in rekening te brengen bij Verantwoordelijke.
  • Verwerker zal in het kader van haar verplichting onder lid 1 van dit artikel aan Verantwoordelijke dan wel een daartoe door Verantwoordelijke ingeschakelde derde in ieder geval:

 

  • Alle relevante inlichtingen en documenten verstrekken;
  • Toegang verlenen tot alle relevante gebouwen, informatiesystemen en gegevens.

 

  • Verantwoordelijke en Verwerker zullen zo spoedig mogelijk na het gereedkomen van het rapport met elkaar in overleg treden om de eventuele risico’s en tekortkomingen te adresseren. Verwerker zal op kosten van Verantwoordelijke maatregelen nemen om de geconstateerde risico’s en tekortkomingen op een voor Verantwoordelijke acceptabel niveau te brengen respectievelijk op te heffen, tenzij partijen schriftelijk anders overeen zijn gekomen.

 

  1. Datalek
  • Zo spoedig mogelijk nadat Verwerker kennis neemt van een incident of datalek dat (mede) betrekking heeft of kan hebben op de Gegevens, stelt Verwerker Verantwoordelijke hiervan op de hoogte via de bij Verwerker bekende contactgegevens van Verantwoordelijke en zal Verwerker informatie verstrekken over: de aard van het incident of de datalek, de getroffen Gegevens, de vastgestelde en verwachte gevolgen van het incident of datalek op de Gegevens en de maatregelen die Verwerker heeft getroffen en zal treffen.
  • Verwerker zal Verantwoordelijke ondersteunen bij meldingen aan betrokkenen en/of autoriteiten.

 

  1. Sub-verwerkers
  • Indien Verwerker op grond van de Overeenkomst zijn verplichtingen mag uitbesteden aan derden, legt Verwerker aan de betreffende derde deze privacy-voorwaarden op, dan wel sluit Verwerker met deze sub-verwerker een (sub)verwerkersovereenkomst betreffende de verantwoordelijkheden en verplichtingen van de sub-verwerker.

  

  1. Medewerkingsplichten en rechten van betrokkenen
  • Verwerker zal Verantwoordelijke op verzoek medewerking verlenen in geval van een klacht, vraag of verzoek van een betrokkene, dan wel onderzoek of inspecties door de Autoriteit Persoonsgegevens.
  • Verwerker zal Verantwoordelijke op dienst verzoek en voor diens rekening bijstaand bij het uitvoeren van een gegevensbescherming-effectbeoordeling.
  • Als Verwerker rechtstreeks van een betrokken een verzoek om inzage, correctie of verwijdering van zijn of haar Gegevens ontvangt, informeert Verwerk Verantwoordelijke binnen twee werkdagen over de ontvangst van het verzoek. Verwerker voert zo snel mogelijk alle instructies uit die Verantwoordelijke schriftelijk aan Verwerker geeft als gevolg van zodanig verzoek van betrokkene. Verwerker treft de noodzakelijke passende technische en organisatorische maatregelen die nodig zijn om te voldoen aan dergelijke instructies van Verantwoordelijke.
  • Indien instructies van Verantwoordelijke aan Verwerker strijd opleveren met enige wettelijke bepalingen omtrent gegevensbescherming, meldt Verwerker dit bij Verantwoordelijke.

 

  1.  Duur en beëindiging
  • Deze privacy-voorwaarden zijn geldig zolang Verwerker de opdracht heeft van Verantwoordelijke om Gegevens te verwerken op grond van de Overeenkomst tussen Verantwoordelijke en Verwerker. Zolang door Verwerker Werkzaamheden worden verricht ten behoeve van Verantwoordelijke zijn deze privacyvoorwaarden op deze relatie van toepassing.
  • Indien Verwerker op grond van een wettelijke bewaarplicht bepaalde gegevens en/of documenten, computerdisks of andere gegevensdragers waarop of waarin zich Gegevens bevinden gedurende een wettelijke termijn moet bewaren, dan zal Verwerker zorgdragen voor de vernietiging van deze gegevens of documenten, computerdisks of andere gegevensdragers binnen 4 weken na beëindiging van de wettelijke bewaarplicht.
  • Bij beëindiging van de Overeenkomst tussen Verantwoordelijke en Verwerker kan Verantwoordelijke aan Verwerker verzoeken om alle documenten, computerdisks en andere gegevensdragers, waarop of waarin zich gegevens bevinden, te retourneren aan Verantwoordelijke, voor rekening van Verantwoordelijke. In geval van retournering zal Verwerker de gegevens verstrekken in de vorm zoals bij Verwerker aanwezig.
  • Onverlet hetgeen voor het overige in dit artikel 12 is bepaald, zal Verwerker na beëindiging van de Overeenkomst geen Gegevens houden noch gebruiken.

 

  1. Nietigheid
  • Indien één of meerdere bepalingen uit deze privacyvoorwaarden nietig zijn of vernietigd worden, blijven de overige voorwaarden volledig van toepassing. Indien enige bepaling van deze privacyvoorwaarden niet rechtsgeldig is, zullen partijen over de inhoud van een nieuwe bepaling onderhandelen, welke bepaling de inhoud van de oorspronkelijke bepaling zo dicht mogelijk benaderd.

 

  1. Toepasselijk recht en forumkeuze
  • Op deze privacy-voorwaarden is Nederlands recht van toepassing.
  • Alle geschillen in verband met de privacyvoorwaarden of de uitvoering daarvan worden voorgelegd aan de bevoegde rechter bij de rechtbank Breda, behoudens voor zover dwingend rechtelijke competentieregels aan deze forumkeuze in de weg zouden staan.

 

ANNEX 1

GEGEVENS EN DOELEINDEN

 

PERSOONSGEGEVENS

 

De Verantwoordelijke laat de Verwerker de volgende persoonsgegevens door Verwerker verwerken in het kader van de opdracht, waaronder maar niet uitsluitend, kunnen vallen personeelsadministratie, loonadministratie, financiële verslaglegging:

 

  • Toegangs- of identificatiegegevens (bijvoorbeeld inlognaam / wachtwoord of klantnummer)
  • Naam (initialen, achternaam)
  • Telefoonnummer
  • E-mailadres
  • Geslacht, geboortedatum en/of leeftijd
  • Straat, huisnummer, postcode, woonplaats, land
  • Functie / beroep
  • Kenteken auto
  • Gegevens ID-bewijs (in verband met de Wwft)
  • Financiële gegevens, zowel zakelijk als privé
  • NAW-gegevens en BSN van personeelsleden van Verantwoordelijke

U bepaalt welke persoonsgegevens worden verwerkt en op welke wijze. U bent verantwoordelijk voor deze verwerking.

DOELEINDEN

 

De werkzaamheden waarvoor bovengenoemde Gegevens mogen worden verwerkt, uitsluitend indien noodzakelijk, zijn in ieder geval:

 

  • De werkzaamheden, te beschouwen als de primaire dienstverlening, in het kader waarvan Verantwoordelijke een opdracht heeft verstrekt aan Verwerker;
  • het onderhoud, waaronder updates en releases van het door Verwerker dan wel sub-verwerker aan Verantwoordelijke ter beschikking gestelde systeem;
  • het gegevens- en technische beheer, ook door een sub-verwerker;
  • de hosting, ook door een sub-verwerker.

 

 

CATEGORIEËN VAN BETROKKENEN

 

De persoonsgegevens die verwerkt worden hebben hoofdzakelijk betrekking op natuurlijke personen (betrokkenen) waaronder de medewerkers van Verantwoordelijke en natuurlijke personen die en relatie hebben met Verantwoordelijke (bijvoorbeeld klanten, toeleveranciers, leden, bezoekers, gasten, medewerkers, consumenten, burgers).

 

DERDEN

 

Wij schakelen onder andere deze derden (sub-verwerkers) in bij het uitvoeren van de onderliggende opdracht:

 

  • Onze systeembeheerder (Daemen-ICT)
  • Softwareleveranciers (zoals salarissoftwarepakket NMBRS en Loon van Loon salarissoftware B.V., rapportagesoftware UNIT4 Audition, financiële administratiestoftware Unit4 Accounting, Accountview en/of AFAS, aangiftesoftware AFAS Fiscaal insite alsmede scanprogramma’s Elvy en Basecone.

 

 

ANNEX 2

BEVEILIGINGSMAATREGELEN

 

 

BEVELIGINGSMAATREGELEN

 

De Verwerker heeft ter bescherming van de Persoonsgegevens tegen verlies of onrechtmatige Verwerking in ieder geval de volgende technische en organisatorische beveiligingsmaatregelen getroffen:

  • backup- en herstelprocedures;
  • beveiliging van netwerkverbindingen;
  • bevoegdheden zijn toegewezen aan een beperkt aantal personen die met de uitvoering van de verwerking zijn belast (inclusief een periodieke controle hierop);
  • geïmplementeerd beveiligingsbeleid (incl. periodieke controle en implementatie van

wijzigingen hierop);

  • geheimhoudingsverklaringen in arbeidscontracten;
  • indringeralarm;
  • logische toegangscontrole door middel van wachtwoorden en persoonlijke

toegangscodes;

  • logging en controle van toegang tot de persoonsgegevens;
  • sub-verwerkersovereenkomsten met derden;
  • veilige wijze voor het opslaan van gegevensbestanden.
We gebruiken cookies om ervoor te zorgen dat onze website zo soepel mogelijk draait. Als u doorgaat met het gebruiken van de website, gaan we er vanuit dat ermee instemt.